West Nile Disease
West Nile Disease
West-Nijl virus (WNV) veroorzaakt een infectieziekte bij vogels, zoogdieren waaronder paarden, en mensen. Het virus vermenigvuldigt zich in vogels en wordt vervolgens door muggen overgedragen.
Paarden en mensen zijn een zogeheten dead-end host. Dit wil zeggen dat het virus niet van paard op paard of van paard op mens overgedragen kan worden. Voor paarden is er een vaccin beschikbaar. Voor mensen niet.
Onder kraaien en watervogels kan West-Nijl virus sterfte veroorzaken, andere vogels hebben er nauwelijks last van. Bij mensen lijkt de infectie op een lichte griep. Bij verminderde weerstand kan het in sommige gevallen leiden tot hersenvliesontsteking. Bij paarden veroorzaakt het West-Nijl virus hersen- en hersenvliesontsteking. De ziekte kan bij paarden fataal aflopen.
Oorspronkelijk kwam West-Nijl virus alleen in Afrika voor - tegenwoordig komt het virus steeds noordelijker voor. Het virus is endemisch in gebieden rond de Middellandse zee, India en Centraal- en Zuid-Afrika. Daarnaast komt West-Nijl virus sinds 2000 ook in Amerika voor en heeft zich daar binnen enkele jaren over het heel Amerika en delen van Canada verspreid. In Nederland is het virus nog niet aangetroffen.
Verhoogde sterfte onder vogels is aanleiding voor nader onderzoek naar de aanwezigheid van West-Nijl virus.
Symptomen
Het West-Nijl virus is bij paarden moeilijk aan de symptomen te herkennen. Paarden hebben koorts, pijnlijke spieren en een verminderde eetlust. Er kunnen neurologische klachten optreden. Deze klachten zijn erg divers, van kreupelheid tot ongecontroleerde spiertrillingen of gedragsveranderingen. Soms krijgen paarden coördinatieproblemen (ataxie), of raken ze in meer of mindere mate verlamd. Er is geen behandeling voor West-Nijl virus. Wel kan geprobeerd worden de klachten te verlichten en het dier in zo goed mogelijke conditie te houden.
Besmetting
De meest waarschijnlijke manier waarop het West-Nijl virus in Nederland zal komen, is via besmette trekvogels. Vogels zijn meestal drager van het virus zonder dat ze daar enige last van ondervinden. Muggen zijn de tussengastheer, die het virus weer overbrengen op ondermeer paarden en mensen. Als een besmette vogel gestoken wordt door een mug zal het virus in de mug terecht komen. De besmette mug kan vervolgens met een muggenbeet andere dieren besmetten. Paarden en mensen zijn de eindgastheren, zij kunnen het virus niet overdragen, maar worden er wel ziek van. Paarden kunnen natuurlijk ook besmet raken tijdens verblijf in al besmette landen. Onderaan de pagina vindt u een kort overzicht van de verspreiding van het virus.
Preventie
Omdat paarden de ziekte niet verder kunnen verspreiden, zijn er in Nederland geen verplichte maatregelen voor de bestrijding of de preventie van West-Nijl virus. Het is aan de paardeneigenaren zelf om te voorkomen dat hun dieren ziek worden. Enkele voorzorgsmaatregelen:
* vaccineren tegen WNV
* tegengaan van muggenbeten: gebruik van insecticiden, zoals Veerust Super ®, en bescherming tegen beten.
* tegengaan van muggen door het opruimen van broedgebieden zoals poeltjes stilstaand water in oude autobanden, in drinkbakken of bij lekkende buitenkranen.
Verspreiding West Nile Disease
Vaccinatie tegen West Nile Disease
Vaccinatieschema
Basisvaccinatie: eerste injectie vanaf 6 maanden leeftijd, tweede injectie 3-5 weken later.
Hervaccinatie: een voldoende mate van bescherming zou verkregen moeten worden met een jaarlijke hervaccinatie met een enkele dosis, ondanks dat dit schema niet volledig gevalideerd is.


